Eén van mijn eerste patrouilles in Sudan reed ik naar Tajalai en ontmoette daar Alor Gnok.
Alor, een jonge Dinka agent, hij wist niet precies hou oud hij was maar zeker niet ouder dan een jaar of tweeëntwintig, kwam uit de buurt van Juba, was daar gerecruteerd en in 2008 in Abyei-area geplaatst. Aangekomen in Abyei was hij samen met de andere rekruten weken lang bezig geweest de puinhopen van de clash op te ruimen. De honderden overblijfselen van koeien, geiten en mensen werden in een grote kuil verzameld en begraven. Toen deze klus geklaard was was zijn opleiding over en was hij agent. Direct hierna werd hij in Tajalai geplaatst. Een plaats waar naast de trekkende Messerias niemand iets te zoeken heeft en sinds mensenheugen bij hun vertrek door de Messerias geplunderd wordt. Een politiepost die de politiecommandanten in Abyei niet kennen, laat staan dat er ooit iemand van hen zich liet zien.
Alor kon niet lezen, schrijven en rekenen, maar sprak heel goed engels. Geleerd van een tante uit Juba die op de markt cassettebandjes verkocht met Amerikaanse muziek.
Alor heeft me in dat kleine half jaar heel veel gevraagd. De meeste vragen gingen over hoe het politiewerk in Nederland was en of ik kon begrijpen dat hij bang was.
In juli 2010 ging het weer mis in Tajalai en werden er burgers gedood toen ze probeerden te voorkomen dat hun geiten gestolen werden.
Omdat Alor goed engels sprak en niet bang was gingen we samen met hem naar de plaats delict voor het horen van getuigen en verzamelen van sporen. Op de terugweg sprak hij weer over zijn angst.
Natuurlijk begreep ik die angst maar had niet het lef hem dit te vertellen.
In augustus 2010 reed ik mijn laatste patrouille in Sudan naar Tajalai. Ik had Alor beloofd een kleine veertig kilometer door de Nijl-klei te baggeren om elkaar voor het laatst de hand te schudden en elkaar met de rechterhand op de linkerborst te kloppen.
Bij deze laatste keer dat we elkaar spraken hebben we het niet veel over politiewerk gehad. Alor had een paar nieuwe agenten onder zijn hoede gekregen en was daar trots op. Hij vertelde me dat ze erg bang waren en dat hij niet aan hun durfde te zeggen dat hij dat ook was.
Een paar weken geleden las ik een berichtje over Tajalai. Zuidelijke- en Noordelijke militairen waren er slaags geraakt en er waren veel doden bij gevallen.
Een bericht dat alle aanleiding gaf erg bang te zijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten